Goed rentmeesterschap, gelijk vrede, een haalbare kaart (Lezersbijdrage)

Ervan uitgaande dat de aarde met al haar rijkdommen (zoals de olievoorraden in Alaska) ons gemeenschappelijk bezit is, is het juiste gebruik en beheer daarvan – goed rentmeesterschap – onze gemeenschappelijke taak. Voor de uitvoering daarvan missen we helaas het daarvoor benodigde mondiale eenheidsbeleid, dat partij- en landsgrenzen overstijgt. Door dit gemis zijn bedrijven als Shell in staat zijn de oliewinning wereldwijd naar hun hand te zetten, ten koste van het algemeen belang: “Goed rentmeesterschap”.

Met haar opvatting – die weliswaar aannemelijk klinkt –  dat winning van Alaskaolie nodig is om de mondiale samenleving draaiende te houden, gaat de Shell-directie voorbij aan de kernvraag of die winning wel ten goede komt aan de leefbaarheid van onze planeet en daarmee aan de toekomst van al wat leeft. De beantwoording daarvan gaat logischerwijs het vermogen van Shell ver te boven, gezien de strekking of wereldomvattende dimensie daarvan. Dit maakt de vraag evenwel niet onoplosbaar. Integendeel! Zowel in wetenschappelijk als in beschouwelijk opzicht moeten wij zo langzamerhand met elkaar in staat zijn tot een de creatie van een bevredigend antwoord op die mondiale vraag.
Wat het wetenschappelijke van dat antwoord betreft zullen we uiteraard te rade moeten gaan bij de kennis waarover hogescholen en universiteiten beschikken. Voor het beschouwelijke  zullen we te rade moeten gaan bij onze recente verleden. In de zin dat wij de hardvochtige werkelijkheid van de Tweede Wereldoorlog, die wij onlangs massaal herdacht hebben, moeten koppelen aan het zachtmoedige mensenrechtenideaal dat wij aan het gruwelijke oorlogsgeweld te danken hebben.

Politiek gesproken hebben wij daarmee voor het eerst in onze geschiedenis een ideëel punt op onze politieke horizon gezet, dat kan worden beschouwd als een samenbundeling van religieuze en ideologische vergezichten en daardoor wereldwijd wordt onderschreven, te weten: “Het gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties te bereiken (vredes-)ideaal”.

Het gezamenlijk uitzetten van de route naar dat eindpunt zie ik als de taak van onze tijd, die wij met vereende krachten moeten kunnen klaren. Daarvoor zullen we allereerst het wereldwijd gehanteerde dictatoriale beleidskompas, dat draait om dictatoriale parlementaire en monetaire belangen (wie regeert dicteert/wie betaalt bepaalt), moeten vervangen door een democratisch alternatief. Een mondiaal beleidskompas dat draait om het algemeen belang, waar de alom onderschreven Universele Verklaring van de Rechten van de Mens symbool voor staat.
Voor die hoopgevende vervanging zullen we moeten aankloppen bij het daarvoor geëigende mondiale platform: “De Verenigde Naties”. Jammer genoeg zal onze volkerenorganisatie daar geen gehoor aan kunnen(!) geven, zolang zij functioneert als een organisatie van regeringen die primair het nationale of eigenbelang voorstaan, in plaats van het mondiaal of algemeen belang.

Voor de realisatie van dat laatste zullen allereerst alle 193 VN-leden tot het inzicht moeten komen dat zij met hun nationalistisch getinte ‘eigen-volk-eerst-beleid’ geen recht doen aan onze mondialiserende tijdgeest, waar de mensenrechten de weerslag van zijn. Mocht dat inzicht doorbreken, dan ontstaat automatisch de behoefte tot maatschappelijke vertaling van het mensenrechten- of vredesideaal. Voor die vertaling zal in de eerste plaats de achterhaalde (uit de oorlogsjaren stammende) structuur van onze volkerenorganisatie rigoureus op de schop genomen moeten worden.

Daarbij zal gedacht moet woorden aan de opheffing van de dictatoriale Veiligheidsraad (vetorecht) met de gelijktijdige overheveling van zijn voornaamste taak, de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, naar de Algemene Vergadering. Dit orgaan krijgt daardoor de ruimte zich te ontwikkelen van een ongeloofwaardig mondiaal praatcollege tot een geloofwaardig mondiaal daadcollege met bovennationale bevoegdheden.

Een gezaghebbend wereldforum, dat op basis van de alom onderschreven mensenrechten en onze fenomenale know how op elk terrein een duurzaam wereldbeleid van de grond weet te tillen, waarmee de wereldproblemen en het daarmee gepaard gaande onrecht vruchtbaar aangepakt kunnen worden.

Die broodnodige verbouwing moet van de grond kunnen komen via een algemene conferentie van VN-lidstaten ter herziening van het Handvest, waartoe artikel 109 de mogelijkheid biedt. Officieel had die herzieningsconferentie al in 1955(!) moeten plaatsvinden, maar onder druk van de toenmalige Sovjet-Unie is zij destijds uitgesteld ‘tot een daartoe geschikt tijdstip’. Gezien de ten hemel schreiende toestand waarin de wereld verkeert en onze machteloosheid die te doorbreken, lijkt mij dat tijdstip zo langzamerhand aangebroken. Voor de effectuering daarvan zou Nederland, als één van de 193 VN-leden, het initiatief kunnen nemen, bij monde van onze premier. Geen onmogelijke opgave, alleen vraagt dat van onze Haagse elite wel het inzicht dat door het nemen van dat initiatief de deur tot goed rentmeesterschap en daarmee tot vrede van het slot wordt gehaald, waar deze ooit in gevallen is.

Geschreven door Wouter ter Heide.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s